
Wet studiefinanciering 2000
Artikel 3.26 Periode van geldigheid; omvang van rechten
1
Bij ministeriële regeling worden regels gegeven met betrekking tot de periode van geldigheid van de kaarten en de wijze van verstrekking, verlenging of vernieuwing en met betrekking tot de omvang van de rechten die verbonden zijn aan de kaarten. Bij die regeling kunnen in aanvulling op dit artikel nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de keuze tussen kaarten en tot herziening van een gemaakte kaartkeuze.
2
Een studerende die recht heeft op de reisvoorziening, kan in de periode van geldigheid van de kaart de gemaakte kaartkeuze een maal herzien, met dien verstande dat de herziening niet kan aanvangen in de maanden mei tot en met augustus en evenmin mogelijk is vanaf het tijdstip dat een duplicaat is aangevraagd.
3
De herziening, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op de periode die voor de geldigheid van de kaart resteert.
4
Bij ministeriële regeling wordt een kostendekkend bedrag vastgesteld dat aan de studerende in rekening wordt gebracht bij de aanvraag van de herziening van de keuze.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BC8280, Hoger beroep, 0700142
Rechtsoort
Civiel overig
Datum uitspraak
25-03-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof ArnhemHet Prepensioenfonds heeft betoogd dat ingevolge de verplichtstelling het fonds de bevoegdheid heeft gekregen om iedere premievordering, ongeacht het ontstaanstijdstip van die vordering, bij wege van dwangbevel in te vorderen, omdat de verplichtstelling moet worden aangemerkt als een daad van materiële wetgeving die directe werking heeft... -
LJN BG5735, Hoger beroep, AWB 08/1
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
25-11-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
College van Beroep voor het bedrijfslevenWet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000